caravan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

caravan
Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·ra·van
enkelvoud meervoud
naamwoord caravan caravans
verkleinwoord caravannetje caravannetjes

Zelfstandig naamwoord

caravan m

  1. kampeerwagen, woonwagen, aanhangwagen die kan dienen als woonst
    - Door de windhoos raakten tien caravans te water.
    - Er kan nog even geen caravan achter de hybride crossover Kia Niro maar verder zal de 60-plusser er blij mee zijn, [1]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

  • Bas van Putten NRC 18 juni 2016