stamtafel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stam·ta·fel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stamtafel stamtafels
verkleinwoord stamtafeltje stamtafeltjes

Zelfstandig naamwoord

stamtafel v/m

  1. (meubel) een tafel in een café waaraan de vaste klaneten zitten
    • De vaste gasten van het café zaten altijd aan de stamtafel te kletsen. 
Synoniemen
  1. cafétafel

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be