button

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • but·ton
Woordherkomst en -opbouw
  • van Engels button, in de betekenis "speldje" voor het eerst aangetroffen in 1967 (zie laatste vindplaats hieronder, er zijn nog eerdere vermeldingen waarbij het om aanhalingen van het Engelse woord gaat)
enkelvoud meervoud
naamwoord button buttons
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

button m

  1. bedieningsknop op een beeldscherm
    1. (internettaal) knop op een webpagina
      • ‘Hoe denken wij?’ staat er op hun hippe website. De button knippert op de maat van loungemuziek. Ik klik hem aan, want ik wil weten hoe zij denken. [1]
    2. (informatica) knop van een grafisch besturingssysteem
      • Het linkergedeelte van het scherm toont de tekst, die door het aanklikken van de UP-DOWN button kan worden doorgebladerd. [2]
  2. soort speldje met een wat groter oppervlak, vaak gedragen op de borst om te laten zien bij welke groep je hoort of welke opvatting je huldigt
    • Op haar borst droeg ze een button. Daar stond op ‘Vecht met ons mee voor de Sophia-Jacoba’. [3]
    • Wij zagen reeds mannen, vrouwen en kinderen met op revers of trui een button; een grote, ronde speld met een speelse tekst erop. Bij de massale Vietnam-demonstraties in Amsterdam afgelopen zaterdagmiddag droegen véél deelnemers ze. [4]
Synoniemen
Hyperoniemen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
button buttons

Zelfstandig naamwoord

button

  1. knop
  2. (muziekinstrument) trekzak, concertina
Synoniemen
Overerving en ontlening