Naar inhoud springen

buitenlander

Uit WikiWoordenboek
  • bui·ten·lan·der
enkelvoud meervoud
naamwoord buitenlander buitenlanders
verkleinwoord buitenlandertje buitenlandertjes

debuitenlanderm

  1. iemand die in het buitenland woont, of iemand afkomstig uit het buitenland
    • Zowel Belgen als buitenlanders moeten straks tolgeld betalen op de grote doorgaande wegen in Vlaanderen. 
    • Je wordt wel steeds met de neus op het feit gedrukt dat je buitenlander bent.  [1]
     Als buitenlander kon hij daar alleen met een visum landen, maar dankzij haar connecties bij de regering had ze binnen een paar dagen toestemming geregeld.[2]
     "Is het omdat ze ongehuwd seks heeft gehad of omdat het met een buitenlander is? Want als die twee dingen zo aanstootgevend zijn, dan moet de school veel meer studenten wegsturen".[3]
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[4]
  1. Kleuren in de spiegel
    Door Miep Kramer
    Uitgegeven door Assen : Van Gorcum, 1996 ISBN 9789023230465
  2. “Holy Trientje” (2019), Ambo Anthos, ISBN 9789026334238
  3. Bronlink geraadpleegd op 14-7-2025 Weblink bron
    Gabi Verberg
    “Online ophef in China over schorsing studente na seks met buitenlander.” (14-7-2025), NOS
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be