brujo

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • bru·jo
enkelvoud meervoud
brujo brujos

Zelfstandig naamwoord

brujo m

  1. heksenmeester, tovenaar
  enkelvoud meervoud
mannelijk brujo brujos
vrouwelijk bruja brujas

Bijvoeglijk naamwoord

brujo

  1. betoverend, prachtig