prachtig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • prach·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van pracht met het achtervoegsel -ig.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen prachtig prachtiger prachtigst
verbogen prachtige prachtigere prachtigste
partitief prachtigs prachtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

prachtig

  1. bijzonder mooi
    • Hij maakte de prachtigste tekeningen. 
     En over zijn graf werd een prachtige kerk gebouwd, die het middelpunt werd van de Nicolaasverering.[1]
Vertalingen

Bijwoord

prachtig

  1. op prachtige wijze
    • Zij heeft die aria prachtig gezongen. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Marijke van Raephorst op Wikipedia “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat op Wikipedia, p. 10


Nedersaksisch

Bijvoeglijk naamwoord

prachtig

  1. prachtig; heel mooi


Veluws

Bijvoeglijk naamwoord

prachtig

  1. prachtig; heel mooi