brosser

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bros·ser
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord brosser brossers
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

brosser m

  1. iemand die niet aanwezig is waar hij hoort te zijn, iemand die verzuimt
Synoniemen

Bijvoeglijk naamwoord

brosser

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van bros

Gangbaarheid

48 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.