brilmontuur
Uiterlijk
- Geluid: brilmontuur (hulp, bestand)
- IPA: / 'brɪlmɔntyr / (3 lettergrepen)
- bril·mon·tuur
- samenstelling van bril en montuur
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | brilmontuur | brilmonturen |
| verkleinwoord | brilmontuurtje | brilmontuurtjes |
- (optica) de houder waarin brillenglazen zijn gevat
- Een randloos brilmontuur staat hem goed.
- Het woord brilmontuur staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Optica in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal