braken aan
Uiterlijk
- Geluid: braken aan (hulp, bestand)
- IPA: / ˈbrakə(n) ˈan / (3 lettergrepen)
- bra·ken aan
| vervoeging van |
|---|
| aanbreken |
braken (…) aan
- meervoud verleden tijd van aanbreken
- Wij braken aan.
- Jullie braken aan.
- Zij braken aan.
- Wij braken aan.
- Het woord braken aan staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.