bovenrand

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

fontein met teksten in de bovenrand
Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·ven·rand
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bovenrand bovenranden
verkleinwoord bovenrandje bovenrandjes

Zelfstandig naamwoord

bovenrand m [1]

  1. de bovengrens, het boveneinde
    • Zit na veel gedoe het dekbed eindelijk recht in de hoes, dan komt het irritantste onderdeel: bovenrand van dekbed en hoes moeten strak op elkaar, anders lig je onder een leeg stukje hoes. Dat is ergerlijk. Eindeloos schudden dus om die twee bovenranden op elkaar te krijgen en te houden. Op de een of andere manier lukt dat nooit goed. [2] 
    • Op mijn tenen meet ik de hoogte van het ijzergaas, ik kan met mijn hand net niet bij de bovenrand, zo'n tweeënhalve meter dus, maar daarbovenop zat ook nog van dat gemene prikkeldraad.[3] 
    • In de jaren 90 was het in om de bovenrand van je onderbroek te tonen, liefst met een duur merk op. De trend kwam overwaaien van Amerikaanse rappers die broeken met lage kruisen droegen, naar verluidt uit solidariteit met gedetineerden die geen riemen mochten hebben om hun broek op te houden. [4] 
    • 'Zo ook bij de beeltenis van Madame Van Miltenburg. Opvallend is namelijk hoe laag het standpunt van de schilder is, en hoe hoog het hoofd van de ex-Kamervoorzitter op het doek is afgebeeld, zowat tegen de bovenrand. [5] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[6]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. 25 Groothuis, Diet Het grote poetsboek [2016] ISBN 978-90-450-2940-5 pagina 67
  3. Bok, Pauline de De Jaagster [2014] ISBN 978-90-254-4091-6 pagina 82
  4. de Standaard 16 APRIL 2016 Cathérine De Kock
  5. Volkskrant Joost de Vries 24 oktober 2016
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be