Naar inhoud springen

bovenbeen

Uit WikiWoordenboek
  • bo·ven·been
enkelvoud meervoud
naamwoord bovenbeen bovenbenen
verkleinwoord bovenbeentje bovenbeentjes

hetbovenbeeno

  1. (anatomie) de bovenste helft van een been
     Zijn andere hand houdt oom Tony boven de lepels en hij begint op zijn bovenbeen en in zijn handpalm te tikken.[1]
     ' Ze raakt met haar hand mijn bovenbeen aan.[2]
     In een reflex legt hij zijn hand op het bovenbeen van Bonnie en laat hem daar losjes liggen.[1]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]
  1. 1 2 “Holy Trientje” (2019), Ambo Anthos, ISBN 9789026334238
  2. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be