boodschapte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bood·schap·te

Werkwoord

vervoeging van
boodschappen

boodschapte

  1. enkelvoud verleden tijd van boodschappen
    • Ik boodschapte. 
    • Jij boodschapte. 
    • Hij, zij, het boodschapte.