boni

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·ni
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boni boni's
verkleinwoord bonietje bonietjes

Zelfstandig naamwoord

boni o

  1. (boekhouding) batig slot, saldo

boni mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord bonus
Synoniemen

Gangbaarheid

20 % van de Nederlanders
34 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl