bombarderen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Bombarderen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bom·bar·de·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bombarderen
bombardeerde
gebombardeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

bombarderen

  1. (overgankelijk) bommen of andere projectielen afvuren op iets of iemand
    Het derdewereldland werd gebombardeerd vanwege terroristische dreiging.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Meer informatie