beschieten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
schepen die elkaar beschieten

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·schie·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beschieten
beschoot
beschoten
klasse 2 volledig

Werkwoord

beschieten

  1. overgankelijk met geschut- of geweervuur bestoken
    De soldaten werden urenlang beschoten.
  2. overgankelijk (een oppervlak) bekleden
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie