bolderik

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bolderik

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bol·de·rik
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bolderik bolderiken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bolderik m

  1. (plantkunde) Agrostemma githago op Wikispecies een plant uit de anjerfamilie Caryophyllaceae op Wikispecies
    • Vroeger raakte bolderik soms meegemalen in het meel van de oogst en gaf dat vergiftigingsverschijnselen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

52 % van de Nederlanders;
44 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen