boeman

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boe·man
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘afschrikwekkend persoon’ voor het eerst aangetroffen in 1854 [1]
  • samenstelling van  boe  en  man  [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord boeman boemannen
verkleinwoord boemannetje boemannetjes

Zelfstandig naamwoord

boeman m

  1. een denkbeeldig wezen dat als schrikbeeld dient
    • Veel kinderen geloven in boemannen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen