blomma

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • blom·ma
stamtijd
infinitief verleden
tijd
supinum
blomma
blommade
blommat
volledig

Werkwoord

blomma

  1. bloeien


  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   blomma     blomman     blommor     blommorna  
genitief   blommas     blommans     blommors     blommornas  

Zelfstandig naamwoord

blomma, g

  1. bloem