blokmaker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

katrol
Uitspraak
Woordafbreking
  • blok·ma·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord blokmaker blokmakers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

blokmaker m [2]

  1. (verouderd) (beroep) (scheepvaart) iemand die katrollen en schijven maakt voor takels
     Architect-designer Makkink: „Bij een ambachtsman denken mensen aan een kantklosser of een mandenmaker die in zijn eentje iets aan het maken is, omdat we dat zo zien op braderieën, maar daarmee koesteren we een vertekend beeld. Een ambacht was vroeger een specialisme van een groep. Zeilmaker, touwslager en blokmaker werkten intensief samen als er een schip werd gebouwd.”[3]
Synoniemen

Gangbaarheid

62 % van de Nederlanders;
61 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. blokmaker op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Bronlink Weblink bron Clasina van den Heuvel“Zuiderzeemuseum toont oude en nieuwe ambachten” (27-06-2011), Reformatorisch Dagblad
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be