blijken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blij·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
blijken
bleek
gebleken
klasse 1 volledig

Werkwoord

blijken

  1. (koppelwerkwoord) uit iets duidelijk (geworden) zijn
    Het huis bleek veel te groot.
  2. (modaal werkwoord) ~ te zijn uit iets duidelijk (geworden) zijn
    Hij bleek vroeger in Nederlands Nieuw-Guinea geweest te zijn.
Opmerkingen
  • Traditioneel wordt dit werkwoord als koppelwerkwoord beschouwd, maar in aanwezigheid met 'te zijn' is het eerder een modaal werkwoord.
Vaste voorzetsels
  • blijken uit
Uitdrukkingen en gezegden
  • laten blijken
  • oplosbaar blijken
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.

Zelfstandig naamwoord

blijken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord blijk