binnenvallen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bin·nen·val·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
binnenvallen
viel binnen
binnengevallen
klasse 7 volledig

Werkwoord

binnenvallen

  1. ergatief zonder uitnodiging ergens naar binnen gaan
    • Ze waren daar maar gewoon binnengevallen. 
     Dennis en Max hadden op school bij hun vriendjes informatie opgedaan en waren met rode konen het huis binnengevallen.[1]
  2. ergatief een invasie plegen
    • Vandaag is het 71 jaar geleden dat nazi-Duitsland Nederland en België binnenviel. 


Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be