bibliotek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • bib·li·o·tek
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Franse zelfstandige naamwoord bibliothèque, dat van het Latijnse zelfstandige naamwoord bibliothēca (bibliotheek) komt, dat weer van het Oudgriekse zelfstandige naamwoord βιβλιοθήκη (bibliothḗkē, "boek-ruim"), een Oudgriekse samenstelling van βιβλίον (biblíon, "boek") en‎ θήκη (thḗkē, "bak, kast, kist") komt
  • Zweeds zelfstandig naamwoord met het voorvoegsel biblio- en met het achtervoegsel -tek
Naar frequentie 7827
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   bibliotek     biblioteket     bibliotek     biblioteken  
genitief   biblioteks     bibliotekets     biblioteks     bibliotekens  

Zelfstandig naamwoord

bibliotek, o

  1. bibliotheek, uitleenbibliotheek
  2. privécollectie van boeken of cd's
  3. (informatica) een de digitale bibliotheek, databibliotheek, datacataloog, directory
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Meroniemen
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

bibliotek

  1. nominatief onbepaald onzijdig meervoud van bibliotek