bezweren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·zwe·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van zweren met het voorvoegsel be-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bezweren


bezwoer


bezworen


klasse 6 volledig

Werkwoord

bezweren

  1. (overgankelijk) met een toverspreuk onder controle weten te brengen
  2. (overgankelijk) (overdrachtelijk) een dreiging onder controle weten te brengen
    Het brandgevaar werd door de brandweer bezworen.
    Het gevaar van een epidemie is nog niet bezworen.
  3. heel sterk beloven
    Hij bezwoer dat hij de misdaad nooit meer zal begaan.
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.


Meer informatie