bezittelijk
Uiterlijk
- Geluid: bezittelijk (hulp, bestand)
- IPA: / bə'zɪtələk / (4 lettergrepen)
- be·zit·te·lijk
- Naamwoord van handeling van bezitten met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | bezittelijk | bezittelijker | bezittelijkst |
| verbogen | bezittelijke | bezittelijkere | bezittelijkste |
| partitief | bezittelijks | bezittelijkers | - |
bezittelijk
- betrekking hebben op bezit
- Een bezittelijk voornaamwoord is een voornaamwoord dat betrekking heeft op bezit.
- 'Dat is zijn huis' = 'Dat is het huis dat hij bezit'.
- Het woord bezittelijk staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "bezittelijk" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -lijk in het Nederlands
- Invoegsel -e- in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %