naderende

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·de·ren·de

Bijvoeglijk naamwoord

naderende

  1. verbogen vorm van de stellende trap van naderend

Werkwoord

vervoeging van
naderen

naderende

  1. verbogen vorm van het onvoltooid deelwoord van naderen