bevoorrading

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·voor·ra·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bevoorrading bevoorradingen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bevoorrading v

  1. het voorzien van alle benodigdheden van een leger, buitenpost, afgelegen nederzetting of basis
    • De bevoorrading van ons basiskamp op de helling van de berg liep tegen problemen aan. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.