betten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bet·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
betten
bette
gebet
zwak -t volledig

Werkwoord

betten

  1. (overgankelijk) bevochtigen met een lapje of een depper
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
betten

betten

  1. meervoud verleden tijd van betten
    Wij betten.
    Jullie betten.
    Zij betten.

Meer informatie