betten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bet·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
betten
bette
gebet
zwak -t volledig

Werkwoord

betten

  1. overgankelijk bevochtigen met een lapje of een depper
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
betten

betten

  1. meervoud verleden tijd van betten
    • Wij betten. 
    • Jullie betten. 
    • Zij betten. 

Gangbaarheid

50 % van de Nederlanders
49 % van de Vlamingen.

Meer informatie