deppen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dep·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
deppen
depte
gedept
zwak -t volledig

Werkwoord

deppen

  1. (overgankelijk) bevochtigen met een lapje of een depper
    Deppen met een vochtige doek.
Synoniemen
Vertalingen