betreden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
verboden te betreden

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·tre·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
betreden
betrad
betreden
klasse 5 volledig

Werkwoord

betreden

  1. overgankelijk zich ergens (met de voeten) op begeven
    • Hem werd gezegd dat hij de zolder in verband met instortingsgevaar maar beter niet kon betreden. 
     Toen ze de oase verlieten en de onderste trede van de marmeren trap betraden die naar de loge van het hotel leidde, hoorden ze in de verte de bulderende stem van Joop.[1]
Vertalingen

Werkwoord

Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van betreden: de stam met de uitgang -en, zonder ge- vanwege voorvoegsel (is gelijk aan de onbepaalde wijs)
vervoeging van: betreden…
geen verbogen vorm

betreden

  1. voltooid deelwoord van betreden

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be