bestanddeel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·stand·deel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bestanddeel bestanddelen
verkleinwoord bestanddeeltje bestanddeeltjes

Zelfstandig naamwoord

bestanddeel o

  1. één van de componenten waaruit iets is samengesteld, opgebouwd of bereid
    • Wij verkopen ingrediënten die zijn samengesteld uit vele bestanddelen. 
    • Groete en fruit zijn belangrijke bestandelen van een gezonde voeding. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie