bessensap

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bes·sen·sap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bessensap bessensappen
verkleinwoord bessensapje bessensapjes

Zelfstandig naamwoord

bessensap o

  1. (drinken) een vruchtensap die uit bessen bereid is
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.