besmettelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·smet·te·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen besmettelijk besmettelijker besmettelijkst
verbogen besmettelijke besmettelijkere besmettelijkste

Bijvoeglijk naamwoord

besmettelijk

  1. (medisch) het vermogen hebbend gemakkelijk van persoon op persoon overgedragen te worden
    Dit is de besmettelijkste vorm van het virus.
Vertalingen