bereisd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·reisd
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van bereizen: de stam met de uitgang -d, zonder ge- vanwege voorvoegsel [1]

Werkwoord

vervoeging van
bereizen

bereisd

  1. voltooid deelwoord van bereizen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bereisd bereisder bereisdst
verbogen bereisde bereisdere bereisdste
partitief bereisds bereisders -

Bijvoeglijk naamwoord

bereisd [2]

  1. van een persoon dat deze veel reizen gemaakt heeft
    • Is Alisa Sjevtsjenko inderdaad een van Poetins cyber warriors? De beschuldigingen van het Witte Huis zijn niet te controleren. Maar één ding staat vast: de jonge hacker (haar exacte leeftijd wil ze niet geven) staat in veel opzichten model voor een generatie. Net als hun westerse leeftijdgenoten zijn Moskouse millennials hoogopgeleid en zeer bereisd, met een uitstekend gevoel voor de laatste trends en mode. In de digitale wereld voelen ze zich als een vis in het water.[3] 
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.

Verwijzingen