bereid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Padvinders: Wees bereid!


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van bereiden: de stam zonder -d omdat de stam al op -d eindigt en zonder ge- vanwege voorvoegsel [1]
  • be·reid
stellend
onverbogen bereid
verbogen bereide
partitief bereids

Bijvoeglijk naamwoord

bereid

  1. akkoord gaand, instemmend: bereid tot actie
    • Ben je bereid om vandaag over te werken? 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
bereiden

bereid

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bereiden
    • Ik bereid. 
  2. gebiedende wijs van bereiden
    • Bereid! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bereiden
    • Bereid je? 
  4. voltooid deelwoord van bereiden

Deelwoord

deelwoord
onverbogen bereid
verbogen bereide
vervoeging van
bereiden

bereid voltooid deelwoord van bereiden

  1. vormt de voltooide tijden
    • Hij had een heerlijke maaltijd voor ons bereid. 
  2. vormt de lijdende vorm
    • Acetosal wordt bereid door het acetyleren van salicylzuur. 
  3. als naamwoordelijk deel van het gezegde gebruikt
    • De maaltijd is bereid door een chef-kok. 
  4. attributief gebruikt
    • De viering werd afgesloten met een door de oudercommissie bereide maaltijd. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen