bereide

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·rei·de

Bijvoeglijk naamwoord

bereide

  1. verbogen vorm van de stellende trap van bereid

Werkwoord

vervoeging van
bereiden

bereide

  1. aanvoegende wijs van bereiden

Deelwoord

bereide

  1. verbogen vorm van het voltooid deelwoord bereid van bereiden