benedenverdieping

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

beneden verdieping = begane grond
Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ne·den·ver·die·ping
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord benedenverdieping benedenverdiepingen
verkleinwoord benedenverdiepinkje benedenverdiepinkjes

Zelfstandig naamwoord

benedenverdieping v [1]

  1. de begane grond, de verdieping die gelijk met de straat is
    • Waardoor de conclusie dus niet anders kan luiden dan dat ik de millennials die Kaapse Maria een paar maanden geleden openden zeer waarschijnlijk niet meer begrijp. Over de wijze waarop je een etentje-in-de-stad kunt uittillen boven een doordeweekse maaltijd op een studentenkamer, houden we er tenminste heel uiteenlopende ideeën op na. Misschien ook dat we hadden moeten opteren voor een plek op de benedenverdieping. Daar oogt het restaurant merkwaardig genoeg weer ‘gewoon’ als een bruin eetcafé en ontbreekt in elk geval dat Overtoom-meubilair.[2] 
    • Map van Arem (45) heeft de deur zojuist achter zich dichtgetrokken, en laat de twee achter in de vergaderruimte op de benedenverdieping. De mede-eigenaar van reclamebureau XXS in Amsterdam houdt zich als operationeel directeur onder meer bezig met het personeel. En daar hoort hun algehele welzijn bij, vindt ze. „Onze werknemers zijn creatief bezig. Het is daarom van belang dat ze goed in hun vel zitten”, zegt Van Arem. [3]  
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Wim de Jong 16 februari 2017
  3. NRC Caroline van Keeken 24 januari 2017