gelijkvloers
Uiterlijk
- Geluid: gelijkvloers (hulp, bestand)
- IPA: / ɣəlɛikˈflurs / (3 lettergrepen)
- ge·lijk·vloers
- samenstelling van gelijk en vloer met het achtervoegsel -s
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gelijkvloers | - |
| verkleinwoord | - | - |
Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord
de gelijkvloers m
- (bouwkunde) een bouwlaag van een gebouw die ter hoogte van het maaiveld ligt, de benedenverdieping, de begane grond, de parterre
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | gelijkvloers | gelijkvloerser | gelijkvloerst |
| verbogen | gelijkvloerse | gelijkvloersere | gelijkvloerste |
| partitief | gelijkvloers | gelijkvloersers | - |
- op dezelfde hoogte als de begane grond
- Het woord gelijkvloers staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "gelijkvloers" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Achtervoegsel -s in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Niet met deze vorm in Woordenlijst Nederlandse Taal
- Bouwkunde in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 98 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %