benauwd

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·nauwd
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen benauwd benauwder benauwdst
verbogen benauwde benauwdere benauwdste
partitief benauwds benauwders -

Bijvoeglijk naamwoord

benauwd

  1. moeilijk ademend, belemmerd in de ademhaling
    Iemand met COPD of astma heeft heeft vaak benauwd.
  2. angstig, bang
    zijn lijfspreuk bleef door de jaren heen: "niet van dat benauwde"
  3. beperkt van ruimte
    Sommige mensen worden bang in een benauwde ruimte.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen


Werkwoord

vervoeging van
benauwen

benauwd

  1. voltooid deelwoord van benauwen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl