beminnaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·min·naar
Woordherkomst en -opbouw

Naamwoord van handeling van beminnen met het achtervoegsel -aar

enkelvoud meervoud
naamwoord beminnaar beminnaars
beminnaren
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

beminnaar m

  1. iemand die iets of iemand lief heeft
    •  
Synoniemen
  1. liefhebber, minnaar

Gangbaarheid

56 % van de Nederlanders;
55 % van de Vlamingen.