bemesten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·mes·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van mest met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bemesten
bemestte
bemest
zwak -t volledig

Werkwoord

bemesten

  1. overgankelijk het toevoegen van meststoffen aan de aarde om deze vruchtbaar te maken.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie