bemest

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·mest

Werkwoord

vervoeging van
bemesten

bemest

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van bemesten
  2. gebiedende wijs van bemesten
vervoeging van: bemesten…
verbogen vorm: bemeste

bemest

  1. voltooid deelwoord van bemesten
stellend
onverbogen bemest
verbogen bemeste

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als bijvoeglijk naamwoord

Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van bemesten: de stam zonder -t omdat de stam al op -t eindigt en zonder ge- vanwege voorvoegsel

Bijvoeglijk naamwoord

bemest

  1. bestrooid met uitwerpselen van sommige dieren waarmee men land vruchtbaar maakt
    • Gelukkig kwam er regen waardoor het bemeste land minder ging stinken. 
Opmerkingen
  • Omdat "-stst" moeilijk is uit te spreken en te verstaan kan voor de overtreffende trap beter de omschrijving met meest worden gebruikt. [1] [2]
Uitdrukkingen en gezegden
  • bemest grasland
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 2 mei 2021 Weblink bron W. Haeseryn e.a. “6.4.3.1.2 Omschrijving van de trappen van vergelijking met meer en meest.” (januari 2019), punt 4 op e-ans.ivdnt.org (Algemene Nederlandse Spraakkunst)
  2. Bronlink geraadpleegd op 2 mei 2021 Weblink bron “Omschreven trappen van vergelijking (algemeen)”, punt 3. op taaladvies.net (Nederlandse Taalunie)
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be