beloken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·lo·ken
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
beluiken

beloken

  1. meervoud verleden tijd van beluiken
    • Wij beloken. 
    • Jullie beloken. 
    • Zij beloken. 
  2. voltooid deelwoord van beluiken
Spreekwoorden
  • beloken Pasen
De eerste zondag na Pasen, de afsluiting van het paasoctaaf.

Gangbaarheid