beloken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·lo·ken
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
beluiken

beloken

  1. meervoud verleden tijd van beluiken
    • Wij beloken. 
    • Jullie beloken. 
    • Zij beloken. 
  2. voltooid deelwoord van beluiken
     Ben ik in ’t eind niet meer dan dit?:
    Dit wezen eenzaam in zichzelf beloken. Tot uw gereed bezit?
    [3]
Uitdrukkingen en gezegden
  • beloken Pasen
    eerste zondag na Pasen, de afsluiting van het paasoctaaf
 Het was "beloken Pasen", de eerste zondag na Pasen, en bij deze dag hoort het verhaal van de ongelovige Thomas uit het evangelie volgens Johannes.[4]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen beloken belokener belokenst
verbogen - - belokenste
partitief belokens belokeners -

Bijvoeglijk naamwoord

beloken

  1. aan het zicht onttrokken
     Het doet een beetje denken aan de beloken tuin uit middeleeuwse voorstellingen, het ommuurde plekje waar de mens zich onaangeroerd kon koesteren aan de vrede van het eerste paradijs.[5]
  2. een bedroefde indruk makend
     De blik bleef beloken, de vreugde ingeblikt. Een streep woede zat er ook niet in.[6]
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden

Gangbaarheid

35 % van de Nederlanders;
51 % van de Vlamingen.[7]

Verwijzingen

  1. beloken op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. P.C. Boutens geciteerd door Dirk Limburg “Vogels, heiligen en portretten” (22 oktober 2007; gedicht uit 1935) op nrc.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 13 december 2020 Weblink bron Frits Abrahams “Thomas” (4 april 2005) op nrc.nl
  5. Bronlink geraadpleegd op 13 december 2020 Weblink bron Johan van Iseghem Stijn Streuvels en de Kroniek van de familie Gezelle in: Jaarboek 17 van het Stijn Streuvelsgenootschap 2011. Stijn Streuvels en ‘Avelghem’. (2012), Stijn Streuvelsgenootschap, Kortrijk, ISBN 9789081541428, p. 217
  6. Bronlink geraadpleegd op 13 december 2020 Weblink bron Hugo Camps “Directeur” (17 november 2012) op nrc.nl
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be