belet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·let
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van beletten: de stam zonder -t omdat de stam al op -t eindigt en zonder ge- vanwege voorvoegsel [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord belet -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

belet o

  1. hinder.
    • Zonder belet is deze opdracht in een week klaar. 
Uitdrukkingen en gezegden
  • Belet vragen
Vragen of een bezoek wel gelegen komt.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
beletten

belet

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van beletten
  2. gebiedende wijs van beletten
  3. voltooid deelwoord van beletten

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen