belette

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·let·te

Deelwoord

belette

  1. verbogen vorm van het voltooid deelwoord belet van beletten

Werkwoord

vervoeging van
beletten

belette

  1. enkelvoud verleden tijd van beletten
    • Ik belette. 
    • Jij belette. 
    • Hij, zij, het belette. 
  2. aanvoegende wijs van beletten