beklimmen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
beklimmen van de zeepbaan op Koninginnedag

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·klim·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beklimmen
beklom
beklommen
klasse 3 volledig

Werkwoord

beklimmen

  1. (overgankelijk) naar de top van iets, zoals een berg, klimmen
    De Everest wordt nu door velen beklommen, maar zal niet ophouden ook slachtoffers te eisen.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.