beklimmen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
beklimmen van de zeepbaan op Koninginnedag

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·klim·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beklimmen
beklom
beklommen
klasse 3 volledig

Werkwoord

beklimmen

  1. overgankelijk naar de top van iets, zoals een berg, klimmen
    • De Everest wordt nu door velen beklommen, maar zal niet ophouden ook slachtoffers te eisen. 
    • Nemo maakte van de gelegenheid gebruik om de trappen van het bordes te beklimmen en ging op de verhoging staan die net door de Groenoor in de steek was gelaten.[1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Herzen, Frank De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 95