beklom

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·klom

Werkwoord

vervoeging van
beklimmen

beklom

  1. enkelvoud verleden tijd van beklimmen
    • Ik beklom. 
    • Jij beklom. 
    • Hij, zij, het beklom.