bekkenist
Uiterlijk
- bek·ke·nist
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bekkenist | bekkenisten |
| verkleinwoord | bekkenistje | bekkenistjes |
de bekkenist m
- (muziek) (beroep) slagwerker die de bekkens bespeelt
- mannelijke vorm van bekkeniste
- Het woord bekkenist staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "bekkenist" herkend door:
| 48 % | van de Nederlanders; |
| 22 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ist in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Muziek in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 48 %
- Prevalentie Vlaanderen 22 %