bekkenist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bek·ke·nist
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bekkenist bekkenisten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bekkenist m

  1. (muziek) (beroep) slagwerker die de bekkens bespeelt
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

49 % van de Nederlanders;
20 % van de Vlamingen.