behoudend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·hou·dend
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen behoudend behoudender behoudendst
verbogen behoudende behoudendere behoudendste
partitief behoudends behoudenders -

Bijvoeglijk naamwoord

behoudend

  1. vasthoudend aan het oude en vertrouwde
    • Door de behoudende bestuursleden had de tafeltennisvereniging nog geen nieuw clubgebouw. 
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van: behouden
verbogen vorm: behoudende

behoudend

  1. onvoltooid deelwoord van behouden

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be