Naar inhoud springen

behå

Uit WikiWoordenboek
En behå
Een beha
  • be·hå
Naar frequentie 29326
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   behå     behåen     behåer     behåene  
genitief   behås     behåens     behåers     behåenes  

behå, m

  1. (kleding), (afkorting) beha


  • be·hå
  • Afkorting van de Nynorske zelfstandige naamwoord brysthaldar
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   behå     behåen     behåar     behåane  

behå, m

  1. (kleding), (afkorting) beha


  • be·hå
  • Afkorting van het Zweedse zelfstandige naamwoord bysthållare
Naar frequentie 15767
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   behå     behån     behåar     behåarna  
genitief   behås     behåns     behåars     behåarnas  

behå, g

  1. (kleding), (afkorting) beha