begieten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·gie·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
begieten
begoot
begoten
klasse 2 volledig

Werkwoord

begieten

  1. overgankelijk iets ~: ergens een vloeistof over gooien
    • Zij begoot haar planten met een middel tegen bladluis. 
  2. (kookkunst) vlees vochtig houden tijdens braden of bakken
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.